Openbare Daltonschool "De Butte"

 

 

Ouders >Hoofdluis

               

Checklist hoofdluis:

 

·Neten of luizen gevonden ? Direct behandelen ! (bijvoorbeeld met het Prioderm 3 - stappenplan ) en melden op school.

·Controleer het hele gezin en behandel alle gezinsleden gelijktijdig.

·Na de dagelijkse controle de kammen goed reinigen ( bijvoorbeeld met 70 % alcohol of 5 minuten uitkoken )

·Na 7 dagen de behandeling herhalen.

·Kleding, beddengoed, knuffels, kleden (eigenlijk alles van stof ), kammen, borstels en haar accessoires goed reinigen. Vergeet de autostoelen niet !

·Een luis kan 3 dagen zonder eten (bloed) en een neet kan een week overleven.

·Alle textiel wassen op 60◦.

 

·Wat niet te wassen is op deze temperatuur :

of stomen,

of 24 uur bewaren in de diepvriezer

of 1 week in een afgesloten plastic zak.

 

·       Daarna alles goed uitkloppen.

·        Stoelen en banken, bekleding auto goed stofzuigen (stofzak weggooien) en eventueel behandelen met mand- en tapijtspray voor vlooien en luizen bij huisdieren.

·        Minimaal 1 week na behandeling niet zwemmen in chloorhoudend water (chloor stopt de werkzame stof van de behandeling )

·        Leen géén kammen / borstels van elkaar tijdens zwemles.

·        Houdt rekening met het meenemen van vriendjes en vriendinnetjes. Informeer andere ouders.

·        Nadat de hoofdluis en neten verdwenen zijn iedere week controleren met een luizenkam.

·        Een luizencape is verkrijgbaar bij drogist en apotheek.

·        Kijk ook op www.prioderm.nl

 

DE HOOFDLUIS

 

Een speldenknop op pootjes.

 

Heb je een grote bos haar op je hoofd?

Pas dan op voor de hoofdluis.

Die woont daar graag.

Het is er lekker warm en hij heeft volop eten.

Fijn voor de luis, maar niet voor jou.

 

Gaatjes in je kop

 

Een hoofdluis leeft van bloed.

Een paar keer per dag prikt hij in je kop.

Hij maakt een piepklein gaatje.

Het is zó klein, dat je ’t bijna niet ziet en niet voelt.

In dat gaatje doet hij wat spuug.

Zo wordt het bloed niet hard en kan hij een drupje zuigen.

Wat is dat lekker!

Maar van dat prikje krijg je jeuk.

En jij maar krabben en krabben.

Al dat gekrab helpt niets.

De luizen gaan niet weg.

Je krijgt er steeds meer!

 

Met een kam op jacht

 

Heb je jeuk op je hoofd?

Wil je weten of er luizen wonen?

Neem een stofkam.

Zo’n kam om bij de poes vlooien te vangen.

Die is ook goed voor hoofdluis.

Leg een wit papier op tafel.

Houd je hoofd erboven en kam je haar.

Je moet flink kammen en krabben.

Want luizen leven dicht bij je vel.

Daar is het ’t warmst.

Kijk of er een beestje op het papier valt.

‘Tik’, hoor je dan.

Daar ligt ie: een speldenknop op pootjes.

 

Pootjes met een haakje.

 

Heb je een luis te pakken?

Neem dan een loep.

Leg de luis eronder en je ziet hem in het groot.

Wat een monster!

Hij heeft twee sprieten om te voelen.

Zes pootjes om te lopen.

Aan elk pootje zit een haakje.

Daarmee klemt hij zich vast.

Aan je haar, aan je trui.

Of aan je knuffel!

 

Een luis verhuist.

 

Al spring je elke dag in bad, als was je je met kilo’s zeep,

Je kunt altijd luizen krijgen.

Luizen krijg je van een ander.

Misschien wel van je vriendje.

Vaak zitten luizen bij de kapstok.

Op school of bij je club.

Daar kruipen ze vrolijk van de ene jas naar de andere.

Of ze gaan in een pet zitten.

Zet jij die pet op, dan verhuist de luis van de pet naar jouw hoofd.

Die luis gaat gezellig met je mee naar huis.

En jouw familie lust hij ook.

Zo komt je huis vol met luis.

 

Weg met de luis.

 

Vroeger had bijna iedereen luizen.

De mensen waren altijd op jacht.

Ze zochten in hun kleren.

Ze plukten aan hun dekens.

Ze keken op elkaars hoofd, net als apen die vlooien.

Maar luizen zijn taai.

Je knijpt ze niet zomaar dood.

Hun lijfje is hard.

Met je nagels lukt het wel.

Knak, zegt de luis.

Dan is ie doormidden.

 

Een kop vol neten.

 

Eerst heb je één luis, maar al snel zit je onder.

Een luizenvrouwtje leeft een maand.

Daarna gaat ze dood.

Maar in die maand legt ze heel veel eitjes.

Vaak meer dan honderd.

Die eitjes eten neten.

Het zijn gelige bolletjes.

De luis plakt ze aan je haar.

Vlak bij je hoofd.

Elke dag komen er neten bij.

Na een tijdje staat je haar rechtop.

Stijf van de neten.

Wat een punkhoofd! 

 

Meer luizen dan haren.

 

‘Krijg de neten’, roepen boze mensen wel eens.

Die willen dus dat je veel luizen krijgt.

Want in elke neet zit een nieuwe luis.

Na een week duwt de luis het dekseltje van de neet.

De jonge luis kruipt eruit.

Is het een vrouwtje, dan legt ze ook weer honderd eitjes.

Ook daar komen weer luisjes uit.

Voor je het weet heb je meer luizen dan haren.

En … heel veel jeuk!

 

Kale kop

 

De neten zitten muurvast.

Met een kam gaan ze moeilijk weg.

Er zijn spulletjes tegen luizen.

Als je je haar daarmee wast, gaan alle luizen en neten dood.

Wat ook kan: je kop kaal scheren.

Luizen willen geen kale kop.

Dan glijden ze weg.

Nee, ze willen een bos haar.

Daar hebben ze een leuk leventje.

Een luizenleventje!

 

Pagina gewijzigd op 11/20/09